U dient over de laatste FlashPlayer te beschikken om deze banner te bekijken.
hier gratis downloaden
PIETAS ∣ Jan Fabre
01.06.2011 - 16.10.2011 | Nuova Scuola Grande di Santa Maria della Misericordia, Venice

Gelijktijdig met de 54ste Biënnale van Venetië worden vijf grote marmeren beelden van de Vlaamse kunstenaar Jan Fabre tentoongesteld, waaronder een unieke herinterpretatie van de Piëta van Michelangelo.

Van 1 juni tot 16 oktober 2011, tijdens de 54ste Biënnale van Venetië, loopt in de Nuova Scuola Grande di Santa Maria della Misericordia (Sestiere Cannaregio 3599) de tentoonstelling PIETAS, een nieuw project van Jan Fabre (Antwerpen, 1958).
De tentoonstelling, samengesteld door Giacinto Di Pietrantonio en Katerina Koskina, met de steun van GAMeC – Gallery of Modern and Contemporary Art, Bergamo; the State Museum of Contemporary Art, Thessaloniki en het Kunsthistorisches Museum Wien, presenteert vijf grote sculpturen van Jan Fabre, vervaardigd in zuiver marmer en beeldhouwmarmer uit Carrara.

Het opvallendste werk is Merciful Dream (Pietà V), een bijzondere herinterpretatie van de Piëta van Michelangelo waarin Fabre zijn eigen gezicht leende aan de Christusfiguur, terwijl het gelaat van Maria
gevormd wordt door een doodshoofd, het symbool van de dood. De kunstenaar wil hiermee geen blasfemische of louter provocerende boodschap brengen – integendeel, dit is een ‘performancewerk’ dat de ware gevoelens oproept van een moeder die de plaats van haar dode zoon wil innemen.

De vijf sculpturen zijn variaties op het thema van de piëta. In Fabre’s interpretatie ervan spelen begrippen als medelijden en verzoening een centrale rol. In zijn werken, die getuigen van dezelfde obsessieve precisie als de topstukken van de Vlaamse Primitieven en tegelijkertijd de kracht uitstralen van Michelangelo’s beeldhouwwerk, geeft Fabre anatomische organen en lichamen de vorm en de kracht van symbolen.

Wat de vorm betreft, gebruikt Fabre het element van het brein, dat ook een belangrijke rol speelde in zijn eerdere tentoonstellingen die georganiseerd werden naar aanleiding van de Biënnale van Venetië. Net als in 2007, met Anthropology of a Planet, en in 2009, met From the Feet to the Brain, speelt het brein – het orgaan dat zich anatomisch in het bovenste deel van het menselijk lichaam bevindt – ook een centrale rol in de editie 2011, Pietas.

De vijf sculpturen rusten op een groot gouden podium dat de bezoekers kunnen betreden om het sacrale ritueel van het kijken te voltrekken – evenwel niet zonder dat ze een paar pantoffels hebben aangetrokken die
op acht plaatsen ter beschikking worden gesteld. Eens ze op het podium staan, worden de bezoekers acteurs tussen de vijf witte beelden waarvan het
leidmotief ‘leven – dood – verrijzenis’ nauw verwant is met het thema van de eeuwige metamorfose. Om deze interactie te accentueren, bracht Fabre ook tien cocons aan – één aan elke zuil – die bedekt zijn met pantsers
van de juweelkever. Dit insect staat symbool voor de metamorfose, een heilig gebeuren voor de oude Egyptenaren en nu ook door Fabre tot iets heiligs verheven.

Het geheel vormt een initiatieparcours dat verloopt via een aantal mijlpalen, voorgesteld door de vier sculpturen van het brein die fungeren als de basis-wereld-kosmos voor tal van naturalistisch-christologische
symbolismen. Het parcours eindigt bij de neo-Michelangeleske Piëta.

In deze tentoonstelling staat Fabre stil bij de artistieke basisregels van zijn werk en tast hij de grenzen af van wat hij eerder realiseerde. Centraal daarbij staat het “het bewustzijn van de kracht van beelden van de
werkelijkheid en van het symbolisme”, zoals men dat ook aantreft in de traditie van de Vlaamse kunst en in haar relatie tot haar Italiaanse tegenhanger. Datzelfde bewustzijn is ook aanwezig in het artistieke en
persoonlijke verhaal van Fabre – dat zich ontwikkelde doorheen de visuele kracht van performance en theater en verscheen onder de vorm van sculpturale tableaus –, in zijn ‘gerichtheid op het lichaam als kristallisatiepunt tussen leven, dood en wedergeboorte’ en in het ‘zich aangetrokken voelen tot het insect’ dat symbool staat voor de metamorfose die zich afspeelt in het brein, de plaats waar denkprocessen plaatsvinden.

Door opnieuw te kiezen voor een traditionele techniek (marmersculptuur) zet Fabre zijn visionaire zoektocht naar de oorspronkelijke artistieke praktijken onverminderd voort en toont hij ons zijn ideaalbeeld van een
symbolisch leven waarbij hij duidelijker dan ooit de nadruk legt op het doelbewust gekozen artistieke anachronisme dat zijn werk zo origineel maakt.
Zoals steeds begeeft Jan Fabre zich in een schemerzone bevolkt door uitgestorven wezens, in het domein van verloren gegane en verdrongen kennis dat obsessief de kop blijft opsteken in zijn kunst. Als archetype van
risico, dreiging en verlies van wat de kunstenaar in leven en dood eenzaam maakt, is Fabre’s werk een ondoorgrondelijke innerlijke bron van dromen en visies waarin men zich kan verschuilen.

PIETAS ∣ Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre
PIETAS | Jan Fabre