U dient over de laatste FlashPlayer te beschikken om deze banner te bekijken.
hier gratis downloaden
Heaven of Delight
2002 | Spiegelzaal, Koninklijk Paleis, Brussel
schildjes van de prachtkever op plafond

In de 19de eeuw was het gebruikelijk om toenmalige hedendaagse kunst een plaats te geven in het Koninklijk Paleis. Na het overlijden van koning Leopold II verwaterde die traditie. Tot de komst van koningin Paola. Hare majesteit is een groot liefhebber van de hedendaagse kunst. Ze nodigde Jan Fabre uit om iets te doen in het Koninklijk paleis. *

Er werd beslist iets te doen met de Spiegelzaal. Oorspronkelijk had deze zaal een ode moeten zijn aan Congo, maar dat project bleef onvoltooid achter toen zowel opdrachtgever Koning Leopold II en de architect van de zaal, Henri Maquet, overleden in 1909.

Fabre besliste algauw iets te doen met het gegeven van de ontbrekende plafondschilderingen. Hij bezette het plafond met anderhalf miljoen dekschilden van de juweelkever. Maandenlang werd er met 29 jonge kunstenaars en restaurateurs aan gewerkt. De schilden van de juweelkever hebben een blauwige of groenige schijn. In de mozaïek van dekschilden werden op aangeven van Fabre verschillende patronen en figuren ingewerkt. Van op de begane grond resulteert dat in een immens schouwspel van groene en blauwe taferelen en patronen die veranderen naargelang de lichtinval en de blik van de toeschouwer. Op die manier is Heaven of Delight een ode aan de schilderkunst. Het werk is een schilderij dat licht in plaats van verf gebruikt en de blik van de toeschouwer als penseel hanteert. Wat je te zien krijgt is een zich steeds vernieuwend en overdonderend schouwspel, overgeleverd aan de verbeelding van de toeschouwer.

De titel van het werk, Heaven of Delight, is een verwijzing naar de engelse benaming van "De Tuin der Lusten" van Hieronymus Bosch: Garden of Delight.** Fabre verwijst hiermee naar de traditie van de schilderkunst en de plaats die de plafondschildering inneemt. Een plafondschildering laat tegelijk de hemel verdwijnen en verschijnen. Een ideale wereld komt in de plaats van een reële hemel en wil de toeschouwer een transcendente ervaring bieden. Stefan Hertmans wijst erop dat Fabre dit herhaald heeft en uitgebreid heeft. Door in plaats van verf miljoenen kevers te gebruiken geeft Fabre de zinnelijkheid terug aan de reflectie over het transcendentale. Het lichtspel laat de mens de transcendentale reflex opnieuw voelen. Centraal daarbij staat de reflectie over het menselijke bestaan op aarde en de daaraan gekoppelde verzuchtingen aangaande een hiernamaals. Die verzuchtingen zijn vertaald in de vele patronen die we in de kevers herkennen, of menen te herkennen. De Heaven of Delight is ons projectiescherm bij uitstek.**



* Fabre, J. & D. Braeckman (eds.) (2002) Jan Fabre. Heaven of Delight. Koninklijk Paleis Brussel. Palais Royal Bruxelles. Brussels: Mercatorfonds.
** Hertmans, S. (2002) Schilderen met licht. (Apotheosse van de scarabee)

Heaven of Delight
Heaven of Delight
Heaven of Delight
Heaven of Delight
Heaven of Delight
Heaven of Delight
Heaven of Delight