hier gratis downloaden
schildjes van de prachtkever op plafond
In de 19de eeuw was het gebruikelijk om toenmalige hedendaagse kunst
een plaats te geven in het Koninklijk Paleis. Na het overlijden van koning Leopold II
verwaterde die traditie. Tot de komst van koningin Paola. Hare
majesteit is een groot liefhebber van de hedendaagse kunst. Ze nodigde Jan Fabre uit om
iets te doen in het Koninklijk paleis. *
Er werd beslist iets te doen met de Spiegelzaal. Oorspronkelijk had deze zaal een ode moeten zijn
aan Congo, maar dat project bleef onvoltooid achter toen zowel
opdrachtgever Koning Leopold II en de architect van de zaal, Henri
Maquet, overleden in 1909.
Fabre besliste algauw iets te doen met het gegeven van de ontbrekende
plafondschilderingen. Hij
bezette het plafond met anderhalf miljoen dekschilden van de
juweelkever. Maandenlang werd er met 29 jonge kunstenaars en
restaurateurs aan gewerkt. De schilden van de juweelkever hebben een
blauwige of groenige schijn. In de mozaïek van dekschilden werden op
aangeven van Fabre verschillende patronen en figuren ingewerkt. Van
op de begane grond resulteert dat in een immens schouwspel van groene
en blauwe taferelen en patronen die veranderen naargelang de lichtinval
en de blik van de toeschouwer. Op die manier is Heaven of Delight een
ode aan de schilderkunst. Het werk is een schilderij dat licht in
plaats van verf gebruikt en de blik van de toeschouwer als penseel
hanteert. Wat je te zien krijgt is een zich steeds vernieuwend en
overdonderend schouwspel, overgeleverd aan de verbeelding van de
toeschouwer.
De titel van het werk, Heaven of Delight, is een verwijzing naar de
engelse benaming van "De Tuin der Lusten" van Hieronymus Bosch: Garden
of Delight.** Fabre verwijst hiermee naar de traditie van de
schilderkunst en de plaats die de plafondschildering inneemt. Een
plafondschildering laat tegelijk de hemel verdwijnen en verschijnen.
Een ideale wereld komt in de plaats van een reële hemel en wil de
toeschouwer een transcendente ervaring bieden. Stefan Hertmans
wijst erop dat Fabre dit herhaald heeft en uitgebreid heeft. Door in
plaats van verf miljoenen kevers te gebruiken geeft Fabre de
zinnelijkheid terug aan de reflectie over het transcendentale. Het
lichtspel laat de mens de transcendentale reflex opnieuw voelen.
Centraal daarbij staat de reflectie over het menselijke bestaan op
aarde en de daaraan gekoppelde verzuchtingen aangaande een
hiernamaals. Die verzuchtingen zijn vertaald in de vele patronen
die we in de kevers herkennen, of menen te herkennen. De Heaven of Delight is ons projectiescherm bij uitstek.**
* Fabre, J. & D. Braeckman (eds.) (2002) Jan Fabre. Heaven of
Delight. Koninklijk Paleis Brussel. Palais Royal Bruxelles. Brussels:
Mercatorfonds.
** Hertmans, S. (2002) Schilderen met licht. (Apotheosse van de scarabee)

